Gemijmer

 

De eerste skûtsje-wedstrijden werden georganiseerd door een plaatselijke kroegbaas. Het ging hem niet om de wedstrijd, maar om de reuring die het teweeg bracht.  De hedendaagse sportwereld is er eigenlijk een afgeleide van. Toen ik in Gorredijk voetbalde dronken we een paar drankjes in de kantine. Degene, die nog even langer wilde “napraten”, ging naar Jouke van der Zee (pake van de voorzitter KNVB-amateurs), de plaatselijke kroeg. Drank en sport waren toen nog van elkaar gescheiden. Nu is het één geworden.  Zonder een  goed draaiende kantine kan een vereniging niet draaien.

De financiële armslag tussen voetbalverenigingen en zaalsportverenigingen is dan ook erg groot. Het verschil zit hem in de inkomsten, die gehaald worden uit de kantineopbrengsten. Nemen we de zaalsportverenigingen, dan zit er weer een duidelijk verschil in verenigingen met een eigen sporthal en die er één moeten huren van de gemeente. Naast de zaalhuur heeft deze vereniging vaak ook geen inkomsten uit de kantine.  

Zaalsportverenigingen, die sportief en financieel goed draaien hebben de sporthal in eigen beheer of het zijn verenigingen, die nauw verbonden zijn met scholen, c.q. universiteiten. Naast deze constructie komt de omni-vereniging ook een heel eind, minder kwetsbaar.

Clubs, die zaalhuur en geen inkomsten hebben uit hun eigen kantine raken steeds verder achterop en kunnen slecht concurreren tegen clubs, die dit wel hebben. Daar komt nog bij dat verenigingen, met een eigen sporthal, meer faciliteiten hebben. Bijvoorbeeld in vakanties blijven doortrainen, lagere contributie etc..

Een hot item is de gezonde snack. De tijd van associaties van roken en sport ligt achter ons. De drank en sport gaat echter nog steeds hand in hand. De Jupiler- League en de Champions-League zijn de sprekende voorbeelden. De kantines zijn de kroegen uit vroegere tijd. De kroegbaas is de sportvereniging geworden. Hoe beter de omzet, hoe beter het met de vereniging gaat. De verenigingen, die geen eigen accommodatie heeft raakt steeds verder achterop. Inderdaad, “drank” ( lees eigen omzet) maakt meer verenigingen kapot dan je liefhebt. 

 

Hielke en Sietse zouden het prachtig gevonden hebben. Met hun boot “De Kameleon” langs een enorm containerschip varen. Vroeger kwam je op z’n hoogst een praam tegen, waarin een paar koeien van het ene naar het andere land werden gebracht. De praam, die nu wordt gebruikt voor het vervoer van kinderen. Laag bij het water, maar door de “hoge Heren” goed gekeurd om mee te varen.  De schippers allemaal een vaarbewijs. Toch zijn ze in Terherne bang, dat er ongelukken gebeuren. Tegenwoordig weet je als ervaren schipper twee uur van tevoren al dat je in de Poelen een containerschip tegemoet kunt komen. In de Leeuwarder Courant (21 febr. 2017) doet men voorkomen, dat deze door het dorp gaan, maar dit was nog in de tijd dat het nog gezellig was in Terherne. De terrassen zaten toen zich juist te vergapen aan de boten, die door de brug gingen. De brug in het dorp maar weer open!
In Amsterdam varen rondvaartboten. Het is al bijna 100 jaar dat dit gebeurd. Het zou wat zijn, dat de Amsterdammers op een gegeven moment waren gaan protesteren tegen de grote schepen, die op het IJ gingen varen. Als eenieder de vaarregels kent, dan moet het varen geen probleem opleveren. Zoals de man van “Schuttevaer” op TV Fryslân aangaf, er zijn plekken in Nederland waar het een stuk drukker is dan bij Terherne.

We willen met z’n allen wat aan het milieu doen. Containerschepen dragen daar zeker een steentje aan bij. Er moeten heel wat vrachtwagens van van der Werff voor rijden om al de containers via de weg te vervoeren. Burgemeester Apotheker wil meer asfalt, zelfs langs een bestaande spoorlijn ( Sneek-Leeuwarden). Als je voor duurzaamheid gaat zou de prioriteit bij het uitgraven van het “Slachtegat” moeten liggen.
Het water is in de provincie Fryslân bestaat niet alleen uit de Friese Meren, maar er is meer. De Turfroute is uiterst geschikt voor de kleinere schepen. Hier kan echter geen gebruik van worden gemaakt, daar hier de bruggen meer dicht zijn dan open. Opsterland en Ooststellingwerf schijnen daar vrede mee te hebben, maar voor de watersport in Fryslân is het onvoorstelbaar dat dit al jaren niet veranderd. Uniforme openingstijden voor heel Fryslân, behalve voor het Oostblok.
Nu het klagen begint in het Lege Midden, moet hier maar eens verandering in komen. De containerschepen krijgen dan meer ruimte en de watersporter, die meer rust wil heeft meer keus. Het is allemaal niet zo moeilijk. 

 

De zomer zit er weer op. De boten liggen weer in de winterberging. Het varend erfgoed hebben de steden weer opgezocht en vrolijken in de winter het stadsbeeld op. Als zoon van een beurtschipper heb ik nog wel eens de fout gemaakt om naar mijn vader te verkondigen dat het wel een “bruin leven” was als beurtschipper. Dan raakte je wel een gevoelige snaar. Ja, jij denkt alleen maar aan de zomerse dagen. Er waren echter ook perioden, dat het stormde en dik winter was. Dan was het “wrotten” door  het ijs. Je werd bekogeld door schaatsliefhebbers als je het ijs kapot maakte.  Je had n.l. als beurtvaarder de plicht om te varen. Rederij Doeksen heeft tegenwoordig deze plicht ook. Niet alleen bij zomerdag varen als het optilt van de passagiers, nee ook in de winter als er niet zoveel passagiers zijn. De EVT was zo’n reder , die voer als het hem uitkwam. Je kunt het vergelijken met het runnen van een café. Een ieder wil wel op de PC in Franeker een dag een kroeg runnen of op Hardzeildag op het Starteiland . Maar er zijn ook andere dagen.


In de volleybalwereld gaat het op een vergelijkbare manier. Als we vroeger in Groningen moesten spelen en Gerard Smit zagen,hoopten we maar dat jeugdspelers niet te veel opvielen. Als club had je er financieel  n.l. niets aan dat spelers, die je opgeleid had naar een hogere club toegingen. Gelukkig waren de Nevobo-regels nog zo, dat je niet van ene op het andere moment naar een andere vereniging kon. Nee Lycurgus (lees EVT) gaf de vereniging geen vergoeding en dachten dat ze het goed deden. Maar gelijk het gas in Groningen is bij Lycurgus e.c. niet nagedacht over de lange termijn.  De verenigingen werden leeggeroofd, zonder er een cent beter van te worden. De verenigingen in de regio houden op te bestaan. Paul van Sliedrecht heeft in de vorige eeuw al aangegeven dat er een transfersysteem  moet komen. Hij was roepende in de woestijn. Waarom kon dat in België wel.  Lycurgus moet nu al hun heil ver van de ommelanden en vooral in het buitenland zoeken.  Het voetbal kan een hoop leren van het volleybal, maar andersom zou het mooi zijn geweest dat de Nevobo de ogen wat eerder open had gehad in een transfersysteem. Verenigingen , die een goede jeugdopleiding hadden, waren er dan beter van geworden. Hadden het geld weer in de jeugdopleiding kunnen stoppen.  Er wordt nu gemiept als er speelsters van het Nederlands team  met van Hintum meegaan naar Duitsland.  Het is al decennia lang het geval, maar nu merkt de Nevobo het ook. De eredivisieclubs dachten alleen maar aan henzelf.  Gelijk de  N.A.M. ,die aan zichzelf dacht en niet wat er achterbleef. Ja, op het moment dat het te laat is.
Het zou echt lachen zijn als de Nevobo de roep uit Groningen  gaat honoreren met tien duizenden euro’s. Misschien maar gewoon en nuchter doen. Anders eindigt het net als bij de  dames van Lycurgus.
Het is niet altijd zomer.

 

 

Het moet niet gekker worden. In een kop in de krant wordt gekopt : “ Electric only  tussen Oudega en Heeg”.  Waar gaan we naar toe? De Tjeukemeer alleen  voor speedboten - De Sneekermeer alleen voor zeilboten - Nannewiid alleen voor jeugdzeilboten en waterfietsen - Slotermeer alleen voor skûtsjes - Fluessen alleen voor ronde-en platbodemjachten - Pikmar alleen voor GWS-schouwen - Bergummermeer alleen voor 16 m2 - Lauwersmeer alleen voor vissersvaartuigen - Stadsgrachten alleen voor zonnecollectorboten - Het P.M.-kanaal en Johan Willem Frisokanaal natuurlijk alleen voor vrachtschepen.
Ik geloof dat er teveel mensen over beleid gaan, die te ver van de materie af staan. Net zo als in de samenleving multicultureel is, heb je dat ook op het water. Zeker op het water. Bij het skûtsjesilen is het nog niet zo lang geleden, dat de bootjes gewoon in het wedstrijdveld aanwezig waren. Na de wedstrijd is het nu nog altijd een lust voor het oog om alle verschillende boten richting Grou  door de Tijnje te zien gaan of door de Houkesloot richting Sneek.
De bedenkers van dit “miljoenenproject” maken een kleine denkfout. Wat is een kanoroute?
Een kanoroute is simpel een route, die je als  kanovaarder heel goed kan volgen. Vaak een route , die door kleine kanaaltjes gaat en het grootscheepsvaarwater zoveel mogelijk mijdt. Echter houdt dit niet in, let wel,  dat andere boten er niet mogen varen.  Zo heb je routes voor sloepen. Deze zgn. sloepenroutes houden niet in dat er alleen maar sloepen mogen varen enz.. De vraag is of gecreëerde  sloepenroutes wel echt  zo geschikt zijn voor sloepen, want als sloepen elkaar ontmoeten of passeren is het nog de vraag of de meesten  wel echt sloepenroutes zijn. Er zijn al veel op de stenen belandt. Nee, degene die bepaalt of de tocht voldoet aan jou vaarplezier ben je altijd nog zelf. Zijn er meer, die hetzelfde vinden, dan ontstaat een vaarroute voor een bepaalde bootgroep. Dit houdt niet in dat andere boten hier geen gebruik van kunnen maken.
Miljoenen uitgeven aan electric only is naar mijn idee de wereld op zijn kop. De vraag is of het vaarreglement hier wel in voorziet. Hopelijk niet. In de aankondiging van de electric only wordt opeens gesproken  over toestaan van kano’s en sup, zeer verwarrend.
En nog het volgende: ook voor boten op elektrisch moeten kerncentrales draaien. Laten we in Friesland blij zijn, dat er boten blijven varen. Afgelopen tijd door Noord-Nederland gevaren te hebben leert dat  het aantal watertoeristen op één hand te tellen zijn.  Vraag de passeerbewegingen maar op. Voor de miljoenen van de projecten maar brugwachters aanstellen en automatische brugopeningen  creëren. 

 

In vroeger tijd waren de berichten niet altijd betrouwbaar. Veelal waren verhalen lang onderweg en wat een ieder niet onbekend in de oren zal klinken, is dat verhalen dan een andere strekking krijgt. Over het water zijn gesprekken vaak van verre te horen. In de scheepvaart kwamen schepen elkaar tegen en moesten vaak snel even nieuwtjes uitwisselen. Dit gaf natuurlijk veel ruis.
Tegenwoordig komt het nieuws van de hele wereld in hele korte tijd op ons af. Via t.v., internet en persoonlijke netwerken is dit zo maar voor elkaar. Echter de vraag is of al dit nieuws op waarheid berust. Mijn ervaring is, dat nieuws wat bij je binnenkomt, niet altijd even betrouwbaar is. Ben je bij een evenement geweest en lees je dat terug in de krant, dan moet je vaak constateren dat er vaak onjuistheden inzitten. Dit geldt voor evenementen, maar ook bij ongelukken, wedstrijden, plannen in eigen dorp. Overal zit het vaak net naast de waarheid.
Afgelopen maand een verslaggever van de provinciale krant. Een krant, waar journalisten in dienst zijn, waarvan je mag verwachten dat ze geen onzin schrijven. Deze journalist wilde je doen geloven, dat je bij het volleybal landskampioen kan worden in de 1e Divisie. Gezien dit een competitie is, die twee klassen beneden de Eredivisie is, kun je rustig stellen dat dit een verkeerde weergave is van hoe het werkelijk is. Na hierop gereageerd te hebben is het enige wat deze professionele verslaggever te melden heeft: “ goh Jan, was het weer niet goed”
Je kunt zeggen, dat bovenstaande niet zo ernstig is. Mij houdt echter meer bezig wat een collega van deze verslaggever in Moskou schrijft. Bij volleybal ben je zelf zakenkundig. Je weet van de hoed en de rand. Stel dat een verslaggever in Moskou een zelfde soort onzin schrijft over de politieke verhoudingen in Rusland. Hij maakt een niets voorstellende partij heel belangrijk, kortom er klopt helemaal niets van. Wat dan?  Dit beangstigd mij en is volgens mij een groot gevaar voor de samenleving. Het verschil tussen “een mening ergens over hebben” en “informatie over de materie” is iets waar het om gaat.
Een ieder kan dit zelf controleren en laat van je horen! Dit voor jezelf en voor diegene, die in dat geval niet van de hoed en de rand weten. De journalist moet weten, dat hij/zij schrijft voor mensen, die juist goed geinformeerd willen worden.

Volgende blog: 7 juni