Gemijmer

..................................................... 

.........................................

Se hewwe die skuit naar de Potmar getrokken
We protesteerden mar ut gaf ons gien biet
Want weet je waarom, ut is Jan met de pet maar
die mutte su hewwe en de groaten júst niet. 

En we hewwe een woanskip
en ut leit an de Singel
en we hewwe een Arkje
't is ons ideaal.
En komme jim noch ris bij ons an de Singel
kom dan in ons woanskip gerust allemaal.

 

 

In elk dorp lagen woonarkjes en schepen waar op gewoond werd. Door de jaren heen is er veel verdwenen. Gemeentes maakten het de bewoners vaak onmogelijk om het hoofd hierin boven water te houden, ontmoedigingsbeleid. In veel gevallen werd een woonschip gedoogd, maar het is door de jaren heen “aangeschoten wild”.
In de laatste dertig jaar is men er achter gekomen, dat wonen aan het water zo gek nog niet is. Het één na het andere project werd uit de grond gestampt. Bijvoorbeeld in Drachten, waar met o.a. Europees geld een paar honderd meter singel werd gegraven. Hier ging het eigenlijk niet om. Nee, het ging om de huizen, die aan het water konden worden gebouwd. Drachten is een voorbeeld, maar overal zie je de afgelopen jaren hetzelfde verschijnsel. 
Het zou mij niks verbazen, dat Blauwestad in de provincie Groningen ook een vervolg krijgt. Niet dat er dan woningen aan het meer gebouwd worden, maar dat in het meer woonarken komen. Dit om te voorkomen, dat er scheuren in de muren ontstaan.   
Het is jammer, dat de hypotheekverstrekkers hun handen er vanaf trekken, om de woonboot te financieren. Het gevolg is  dat “Jan met de pet” straks zich  geen woonboot meer kan permitteren. Naast de “onbewoonbare verklaarde woningen” aan het water, krijgen we de komende jaren ook allemaal rijke bewoners van de arkjes.
Werden de arkjes na de oorlog door de gemeentes steeds meer uit het zicht geplaatst. Ik voorspel, dat dit de komende jaren gaat veranderen. De “arkjes” komen nu op mooiste A-locaties te liggen, vergelijkbaar met de huizen in het natuurgebied “De Burd” in Grou. Of er moeten snel hypotheekverstrekkers opstaan, die “Jan met de pet” wel een goede hypotheek verstrekt! “De wal keert het schip”

Volgende blog: 24 mei

Aan lager wal,….. voor je het weet zit jij er.

Als schipper weet je als geen ander, dat je wel eens op een plek terecht kan komen waar je beter niet kunt zijn. Er zijn in de scheepvaart dan ook gebruiken, die hout snijden. Het gedag zeggen ziet er natuurlijk heel vriendelijk uit. Naast deze vriendelijkheid zit er ook een wederzijds belang in. De intrinsieke gedachte, dat je elkaar ook wel eens nodig hebt, zit er ook in opgesloten. Schippers kunnen flink tegen elkaar tekeer gaan, maar zijn het in de meeste gevallen ook snel weer vergeten. Dit met eenzelfde achterliggende gedachte: “Lig je ergens verwaait heb je elkaar misschien weer nodig” .

Stukje uit dagboek van mijn moeder:

Rotterdam-In de winter van 1944-’45 wordt het eten steeds slechter, vet wordt er niet meer verstrekt. Aardappelen wordt ook steeds minder, het wordt noodzakelijk dat we naar de gaarkeuken gaan. In januari krijgen we nog 800 grambrood en 2 kilo aardappelen, waarvan we de aardappelbon nog in de keuken in moeten leveren. In december had mijn vader nog ’s nachts aardappelen in Spijkenisse gehaald, dus daar konden

we dan nog middageten van eten, want uit de keuken was het iedere dag soep. Ongeveer 22 januari krijgt Jean bericht, dat zij gekeurd moet worden voor evacuatie. Zij kan weer in Groningen komen…………..We moeten dan wachten, totdat er reisgelegenheid is. Een paar weken later horen we, dat de Volksdienst de treinen in beslag neemt. Er zit niets anders op, als dat we maar gaan

lopen. In de week van 5 tot 10 februari blijf ik thuis met een open winterhiel. Maar in die week maken we ook onze kleren in orde, om de volgende week weg te gaan. Ik denk er eerst nog over om maar thuis te blijven,want mijn vader wordt steeds zwakker, dan mijn moeder alleen te laten valt ook  niet mee         ……… ………… ……… ………… …………. Als we bij het gem.ziekenhuis op de Bergweg lopen, zegt Jean, dat zij al moe is. Het is zachtjes gaan regenen, ik stel voor, om terug te gaan, maar dat wil ze toch niet. We lopen r door. Om half 12 zijn we in Berkel. We zoeken een cafeetje, maar dat is er niet te vinden.We lopen dan door naar Zoetermeer, waar we om half 2 zijn, daar nemen we een glas limonade en eten 3 boterhammen. Er zijn heel wat mensen, die eten gehaaldhebben, anderen die nog moeten gaan. Het is intussen harder gaan regenen, we gaan naar een boterfabriek, waar een auto vandaan gaat, maar dat zal eerst halfmaart worden, dat duurt ons te lang. Zo trekken we de stoute schoenen aan en gaan helemaal lopen. Er komt een lange saaie rijksweg, waar je bijna geen sterveling ziet………………..Het eindigde  in Groningen.

Mijn vader geeft in zijn verhalen over het verleden vaak aan, dat hij getrouwd is met één van de eerste vluchtelingen. Voor het gemak er van uit te gaan dat Friesland een land op zichzelf is, gaat de vergelijking op met de hedendaagse vluchtelingen. De mens begint niet zomaar te 200 km. te lopen op 14/16-jarige leeftijd en verlaat het ouderlijk huis. Je stapt niet zomaar in een rubber bootje met een gekocht zwemvest wat niet eens een betrouwbaar zwemvest blijkt te zijn.

Laten we niet te snel denken dat het jezelf niet aangaat. Deze zomer maar gewoon even de hand opsteken naar de tegemoetkomende schipper.

 

Volgende blog : 10 mei

 

De bonden in Nederland hebben het sporten op de kaart gezet. Het is echter nu zover gekomen dat het tijd wordt, dat er nieuwe bonden ontstaan, die echt voor de sporter zijn. In de watersport (K.N.W.V.) gaan er stemmen op om dit daadwerkelijk te gaan doen. Eén van de argumenten is: “De financiën en aandacht die het Watersportverbond geeft aan wedstrijdsport gaat voor het overgrote deel naar de zeer smalle sectie Topzeilen. “
Dit doet zich eigenlijk bij alle bonden voor. Vandaar de kop Klaverblad.... Deze verzekeringsmaatschappij raakt eigenlijk precies de kern, waarbij het bij de bonden ook fout gaat. Het is het directe contact met de leden, dat men uit het uit het oog is verloren. Kwam een tijdje terug een turntrainer tegen (dus K.N.G.V.), waar kinderen niet aan wedstrijden mee konden doen, omdat er niet oplossend werd meegedacht om het rond te krijgen met de benodigde juryleden. Dit staat niet op zich.
In het verleden hadden wij, als het Westen, geen goed woord over voor het Oostblok.  Daar ging het koste wat het kost om de prestatie. Er moesten medailles gehaald worden. Het lijkt er op, dat we dit helemaal overgenomen hebben. De bonden (NSF)  zetten zich in om de top optimaal te bedienen. Er moeten medailles gehaald worden. Het wordt een doel op zich.
De vertegenwoordigende teams, waarvan de spelers en speelsters allemaal in het buitenland spelen. De voorwaarden zijn gecreëerd door de bonden, maar ze zien hier behalve een schouderklopje weinig van terug. De spelers en speelsters kunnen in de meeste gevallen “aardig” rondkomen, maar de bond ziet eigenlijk geen financiële  genoegdoening. Uitzondering is het voetbaltransfer-systeem (K.N.V.B.). Wat is het niet mooi dat je hoort dat D.I.O./Bedum financieel garen spint als Robben van de ene club naar de andere gaat.
De Nevobo (volleybalbond) wil nu het hele systeem op de schop hebben. Spelregels moeten worden aangepast. Drogredenen worden aangevoerd. Eén van de  mooiste is, dat de regels aangepast moeten worden vanwege de uitzendingen op televisie. Welke t.v.-uitzendingen? Op de EK na, waar alleen maar “buitenlandse” speelsters aan meedoen heb ik geen rechtstreekse wedstrijden op de Nederlandse televisie gezien. Om deze reden hoef je, naar mijn mening, niet de regels aan te passen.

De kop van dit blog geeft eigenlijk aan waar het echt om gaat. Bedien je leden en geef hun in ieder geval het gevoel dat er naar geluisterd wordt. In het volleybal speelt de bond het bijvoorbeeld  niet klaar om een goeie competitie in elkaar te zetten. Uit-en thuiswedstrijden worden om de week tegen elkaar gespeeld. Als de KNVB dit zou doen, Ajax- Feijenoord en Feijenoord –Ajax  in 3 weken te laten spelen, dan was Nederland te klein. Na de zomervakantie wordt na twee weken de competitie al gestart. In de weekeinden van vakanties gaat de competitie gewoon door en in gewone weekeinden worden er geen wedstrijden gespeeld.  In Eredivisie worden de financiële eisen zo hoog opgeschroefd, waardoor een club zonder overheidsteun  ( gemeentes) de financiën niet rond kunnen krijgen. Kortom. Het ligt allemaal niet zover af van wat er in het verleden in het Oostblok zich afspeelde. Het mooie is wel dat we in Friesland nu wel hopelijk weer een Nederlands kampioen  tegemoet kunnen zien. Zonder gemeentesteun zou de club al jaren “foar mets lizze”.

Volgende blog: 26 april

Ieder nadeel heb zijn voordeel

 

Een ieder, die aan sport doet weet dat het niet altijd eerlijk gaat. Een ieder heeft wel een voorbeeld. Er komt ook steeds meer in die zin aan het licht. In de skûtsjesilerij bleek dat er een ijzeren draad in de mast was gezet. In de kaatserij droeg men verkeerde handschoenen. In het weekeinde zie je sporters e.a. de wedstrijd manipuleren. Verder om  ons heen in de wereld is het al niet veel beter. Het motortje in de racefiets heeft mij tot het besef gebracht, dat we niet echt uit moeten gaan van de eerlijkheid van de mens.
Toen ik elf jaar was had ik dat  eigenlijk al kunnen weten, dat het niet altijd even eerlijk gaat.  We voetbalden  in de Frieslandcup voor welpen (tegenwoordig F-jes). We waren met Gorredijk  doorgedrongen tot de laatste vier. In de halve finale moest er worden gespeeld tegen sportclub Leeuwarden. De finale lonkte. De winnaar zou de beker uit handen van de commissaris van de koningin , mr. Linthorst Homan, uitgereikt krijgen. De wedstrijd tegen
Sc. Leeuwarden werd nipt verloren. Het verhaal was uit.

In de zomer van 1967  kwam bij het bestuur van Gorredijk  een uitnodiging binnen om met de welpen van Gorredijk en Drogeham een voorwedstrijd te spelen in Leeuwarden. 
Op 3 augustus speelde Cambuur n.l. een oefenwedtrijd tegen Ajax .  Gezien Sc Leeuwarden twee te oude spelers had opgesteld waren Gorredijk en Drogeham onterecht uitgeschakeld in de Frieslandcup.
In een vol Cambuurstadion speelden wij tegen Drogeham. De uitslag van deze wedstrijd zou ik niet meer weten. Wat mij nog wel duidelijk op het netvlies staat is de warming-up.  Naast ons was het grote Ajax met de warming-up bezig.  De Ajax-selectie bestond uit :
Gert Bals, Suurendonk, Tonny Pronk, Velibor Vasovic, Theo van Duivenbode,  Günther de Haan, Bennie Mulder, Sjaak Swart, Henk Groot, Wim Suurbier, Arie Haan, Wim de Wit, Barry Hulshoff , Theo Buijs en …………………Johan Cruijff.
Wij zaten een meter van het veld af voor de boarding en zagen hoe Johan Cruijff na een solo de 0-1 aantekende en Henk Groot met het hoofd een indirecte vrije trap inkopte.  Een avond om nooit te vergeten. Om aan te sluiten bij de woorden van Jan Mulder : “München een trauma. Ach. Bekers en titels, prijzen en teleurstellingen zijn bijzaken. Het gaat om het hogere, om de schoonheid, om Johan Cruijff."  Achteraf kon de Frieslandcup en Linthortst Homan daar niet tegenop!!!  

“Ieder nadeel heb zijn voordeel”