Gemijmer

16. mrt, 2016

Schijnveiligheid

Het verschil met de IFKS en de formule-1 is, dat je morgen niet in een racewagen kan stappen en komend weekeinde in België “gaan met die banaan”.  Met wedstrijdzeilen in de IFKS schijnt het tot dit seizoen allemaal maar te kunnen als je het artikel van zaterdag 12 maart j.l. in L.C. leest.
Het “goed zeemanschap” (art. 1.04) geeft aan dat je ten alle tijden een aanvaring moet vermijden en in de flits weet de fokkenist al,dat het goed moet uitkijken naar mede wedstrijdzeilers. Ook is nu een regel, dat als er “een gewonde aan boord is, moet de wedstrijd gestaakt worden”. Op papier lijkt het een aimabele regel, maar hoe zou dit gaan in de praktijk. Werd in het verleden iemand voor alle zekerheid van het skûtsje afgehaald, nu is de kans groot dat er toch anders gekeken wordt naar een gewonde. Of gaat er misschien wel een arts mee.
Bovenstaande is eigenlijk een afgeleide van de hedendaagse maatschappij. Het begint bij de jeugd. In de tijd dat er geen auto was en zeker geen tweede auto werden kinderen op de fiets naar school gebracht. Als er meer kinderen kwamen was het wel praktisch dat de oudste al snel kon fietsen, zodat de volgende kleine in het zitje kon zitten. Kortom je werd opgevoed in het verkeer. Heden ten dage denken ouders dat het veilig is om hun kind met de auto naar school te brengen. Het moment van het “loslaten” en alleen op de fiets laten gaan wordt uitgesteld en zal niet gemakkelijker zijn dan het verkeervrij maken op jonge leeftijd. In 1988 kwamen er woonerfwijken en kinderen konden daar veilig spelen. Het probleem doet zich dan echter niet op het woonerf voor, maar als het kind bij een vriend of vriendinnetje gaat spelen waar geen woonerf is. Je kunt kinderen structureel laten spelen op parkeerplaatsen, i.p.v. op een plek waar het hoort. Kinderen weten dan niet beter dan dat dit normaal is. “Verkeermaatjes” neerzetten in de buurt. Het geeft aan dat er kinderen spelen, maar als ze er niet staan houdt het dan in dat je harder kan rijden en niet alert hoeft te zijn op kinderen, die eventueel achter een auto wegkomen.  De racefietser en skater, die i.p.v. op het fietspad op de rijweg rijdt. Voor deze  mensen de normaalste  zaak, maar kinderen zie je nu niet op het trottoir, maar gewoon op de rijweg skaten en rolschaatsen (imitatiegedrag). De regels worden met voeten getreden. De gewone basisregels worden met voeten getreden. Elk individu  denkt dat bepaalde “verboden”dingen wel kunnen. Er wordt voorbijgegaan aan het feit dat als een ieder dit gewoon gaat vinden het einde zoek is.
In de scheepvaart staat in het reglement dat “goede zeemanskunst “ voor alles gaat.
Kortom : laat een ieder het gezond verstand gebruiken. Dan hoeven regels niet wederom worden bepaald!

“ Hekjes om kinderen in tuin te houden zijn goed, maar zorg er dan wel voor dat het altijd goed dicht gedaan wordt”

1. mrt, 2016

Denk niet aan een citroen.

Het was vroeger niet zo’n probleem om je boot in het riet af te meren. Er waren niet zoveel boten. Als je wegvoer  duurde het niet zo lang of dat  het riet weer omhoog kwam. Er kwamen meer en meer boten. Om te voorkomen dat we met elkaar de rietkragen dusdanig vernielden werd er een campagne gehouden om niet meer af te meren in het riet. De Marrekrite zorgde tevens voor mooie aanlegsteigers, waardoor er ook ruimte werd gecreëerd om goed te kunnen aanleggen. De bootjesman moest tot ander inzicht komen. Nu lijkt het er op dat borden vooral te onpas worden gebruikt.
Als we nu door Friesland varen lijkt het er op, dat we steeds minder gastvrij zijn. Het lijkt er op, want eigenlijk valt het wel genoeg mee. Wat is echter aan de hand?
Omdat de mens steeds minder weet hoe het hoort schijnt het zo te zijn dat er een bepaalde groep mensen denkt, dat dit te verhelpen is met het plaatsen van bordjes.
Als voorbeeld nemen we Woudsend.  De plaatselijke supermarkt geeft aan dat ze in het dorp zitten en op zondag open zijn. Klinkt goed. Door het bord kom je op het idee om maar even boodschappen te gaan doen. Je vaart door en om de “meter” kom je bordjes tegen dat je niet mag afmeren. Kortom , door bordjes word je op het verkeerde been gezet. Met het bord van de supermarkt word je op een idee gebracht, maar als je aan wil gaan leggen, dan word je hier van weerhouden. De gastvrijheid van Woudsend en vele watersportdorpen lijkt ver te zoeken.
Er zijn naar mijn idee twee dingen, die er spelen. Als je weet wat mag en niet mag is het allemaal niet zo moeilijk. Het mooiste voorbeeld is wel de tekst op het volgende bord “ Hier geen vuil storten”.  Hetzelfde gaat dan spelen als het bord van de supermarkt uit  Woudsend. Je hebt totaal niet het plan om daar vuil te storten, maar door zo’n bord ga je opeens toch aan vuilstorten te denken.  Sterker nog. Als je zo’n bord ziet wekt dit haast de indruk, dat je honderd meter verderop wel vuil mag zou mogen  storten. Want daar staat geen bord.
Als je mensen coacht is het bekend dat je moet zeggen wat ze wel moeten doen. Op het moment dat je aandacht geeft aan iets wat ze niet moeten doen is de kans groot dat ze dit juist wel doen - Moeder van Marietje wil niet dat ze op het veld gaat spelen.   Zegt tegen Marietje  dat  het beter is om  niet op het gras te spelen, veel te modderig. Moeder draait zich om en de kans is groot dat Marietje  juist wel naar het grasveld gaat.
We worden met elkaar gek van al deze verschillende borden.  Als een ieder bijgebracht wordt, wat hoort en niet hoort dan scheelt dit een hoop bordjes!  Gewoon je gedragen zo het hoort !

Volgende: 15 maart

13. feb, 2016

Geen babbelegoogies.

De vraag is: “Heeft Fryslân de Stellingwerven wel gastvrij ontvangen,
toen het zich bij Fryslân heeft gevoegd ?

De tijd van de grietenijen is al lang achter de rug. Na de Zevenwouden kregen we te maken met gemeenten. In het oosten van de provincie ontstonden de Stellingwerven*.
Door de eeuwen heen is het eigenlijk altijd de vraag geweest, waar het nu eigenlijk echt bij hoort. Hetzij Drenthe of Friesland. Toen is er gekozen voor Fryslân. Ook nu is het weer stof tot discussie. Er zijn door de jaren heen politici uit deze contreien geweest, die landelijk naam hebben gemaakt. Echter tot een directe meerwaarde voor de Stellingwerven heeft het niet geleid. Ze vlogen eigenlijk zo gauw ze konden uit naar andere regio’s in het land. Om echt de vinger er op te leggen of Fryslân de Stellingwerven wel heeft omarmd is moeilijk te zeggen. Wel vallen dingen op, waar je wat dat betreft vraagtekens bij kan zetten. Typerend is de N381, die door Ooststellingwerf een weg baant.  Als je van Drachten richting de Smilde rijdt, gaat de dubbelbaans maar tot Donkerbroek. Daarna gaat de weg over in een enkelbaans.  Wat zou hier de beweegreden  van zijn?  Is het een financiële reden? Is het angst dat de Stellingwerven te goed bereikbaar worden?  Het is al met al iets wat opvalt.
De Compagnonsvaart ( de turfroute) loopt van de Drentse grens door Ooststellingwerf naar de Friese boezem. Een kanaal met vele sluizen en rijk aan natuurschoon. Vergelijkbaar met de net genoemde N381 is dat de vaarweg zeer beperkt kan worden bevaren. Er zijn door de Provincie openingstijden voor sluizen en bruggen vastgesteld. Deze zijn in heel de provincie Friesland uniform. Echter vanaf Gorredijk tot de Drentse grens heeft de Provincie andere brug-en sluistijden vastgesteld. De schepen kunnen opeens niet meer verder varen.
Het lijkt er op dat Friesland de Stellingwerven niet echt omarmd. Het hoort er bij, maar de bestuurders zijn toch wat terughoudend.

De Leeuwarder Courant speelt ook al niet een voortrekkersrol. De naam van de krant verraadt al een beetje, waar het voor staat. De krant neemt de Stellingwerven mee in het geheel, maar erg uitbundig is het niet. Deze niet onbelangrijke “tak van sport” is eigenlijk wel heel belangrijk om een gebied, de Stellingwerven, op de kaart te zetten. Dit geldt voor het in “the picture” zetten van sporten en ook in het op de kaart zetten van activiteiten in de Stellingwerven.   Een krant is hier van essentieel belang.  Het voorbeeld wat in deze tot de verbeelding spreekt is wat er gebeurde in de vorige eeuw in Frankrijk. De pers ging vanwege een geschil met de voetbalbond niet meer over deze sport te schrijven. Men ging zich richten op het rugby. Binnen enkele jaren was dit sport no. 1 in Frankrijk.

De vraag blijft of de Friezen de Stellingwerven wel hebben omarmd. Nu is de vraag wat de toekomst zal brengen in de Stellingwerven?  Een tegemoetkoming zou zijn om de infrastructuur nog beter te ontwikkelen. Dubbelbaans tot Beilen. Daarbij de openingstijden van de Turfroute gelijk te maken met de rest van Fryslân ( meer recreatie !). 
Een nieuwe sporthal voor omni-vereniging   D.I.O. en een cultureel centrum, waar je sfeer opsnuift van de Stellingwerven. En verder geen babbelegoegies.

*  "Werf” betekent  “plaats waar recht wordt gesproken” en “stelling” betekent “bestuurder”

Volgende blog: 1 maart

2. feb, 2016

 

Als je “lerares van het jaar” wordt heb je het heel goed gedaan. Je krijgt in ieder geval een podium. Deze lerares  gaf aan dat een ieder uit het reguliere basisonderwijs haar licht zou moeten opsteken in het speciaal onderwijs. Heel interessant in een onderwijsland, waar veelal geen eens tijd is  om bij een collega in de klas van je  eigen school een kijkje te nemen. Als er wel een andere  school wordt bezocht, moet dit meestal in eigen tijd worden georganiseerd. Of een bezoekje aan het speciaal onderwijs gelijk in zou houden, dat je dan een leerling kan bieden wat het nodig heeft. Tevens wordt gemakshalve vergeten dat de omgeving waarin dit gebeurd ook niet onbelangrijk is.
Onderscheiden t.o.v. van elkaar is in onderwijsland  hot. Je doet het schijnbaar goed als je op een excellente school zou werken. Als  de Cito-toets ver boven  het landelijk gemiddelde zou liggen. Men suggereert, dat je in de onderwijswereld veel moet toetsen. De leerling zou dan vanzelf beter worden.  Als Daphne Schippers elke dag gaat testen hoe hard ze de 200 meter loopt, dan komt er in Rio vanzelf een record uit rollen. Als dat maar waar was!
Als we de situatie in Heerenveen schetsen. Net na de oorlog werd in Heerenveen een streekschool voor buitengewoon lager onderwijs opgericht. Hiervoor werd niet een nieuwe school  gebouwd, maar dit kwam in een afgekeurde lagere school en in een oud politieburo. Daarna kwam  het in een voormalige  rijkskweekschool, c.q landbouw-huishoudschool. Het buitengewoon onderwijs in Heerenveen was een feit, de B.L.O. aan de Thialfweg.
Vluchtelingen  worden door de boze buitenwereld gezien als allemaal gajes. Als je op de B.L.O. zat dan stond je voor dezelfde buitenwereld aan de zelfkant. Of je een verstandelijke handicap had of een “slow starter” was op leergebied, iedereen die naar de B.L.O. ging werd op neergekeken. De eerste stap was echter  wel gemaakt.  Er vond in de loop der jaren differentiatie plaats in het speciaal onderwijs, te weten Z.M.L, de verstandelijk gehandicapten; de M.L.K., de moeilijk lerenden en de L.O.M. –leerlingen. Dat de het ene kind het andere niet is, werd door de maatschappij ingezien. Het had wel jaren nodig om niet meer in hokjes te blijven denken en dat een ieder respectvol  en op maat werd bediend.

In 2016 zijn we weer terug bij af. De “B.L.O.” staat in plaats van aan de Thialfweg aan de Dommela Nieuwenhuisweg, genaamd “het Facet”. De overheid geeft aan dat ieder kind in het regulier onderwijs terecht kan, het Passend Onderwijs. Echter wat gebeurt er in de praktijk? De leerlingen in het bovenste segment, qua intelligentie, voelen zich niet meer thuis op de Basisschool. Er komen Speciale klassen, scholen of men bedenkt andere gekunstelde oplossingen.

Kortom: Het speciaal onderwijs is weer terug. Het is jammer dat het speciaal onderwijs nu voor de hoogbegaafden is en dat veel potentiële leerlingen van het vroegere speciaal onderwijs ongelukkig zijn op de basisschool. “De lerares van het jaar” wil  iedere leerkracht een alleskunner laten zijn.  Dit zou mooi zijn, maar ver naast de waarheid.

Volgende: 16 februari 2016

19. jan, 2016

Een ieder vindt overal wel iets van. Je kunt in de kranten lezen wat mensen ergens van vinden. Vaak is het zo, dat als je ergens zelf bij bent geweest, de verslagen net iets naast de waarheid zijn. Ook kun je iets belangrijk maken om er maar steeds over te blijven schrijven. Als je elke dag gaat schrijven dat er nog geen ijs in de vaart ligt kan het zo zijn dat je er in opgaat en gaat denken "zou er al ijs in de vaart liggen". In dit blog zullen de mijmeringen gaan over de gebeurtenissen op sportgebied, Friese aangelegenheden, onderwijs gerelateerde dingen. Laat ik eens beginnen! Om de twee weken.( dus maandag 2 februari)