Tjerk Hiddes ten onder bij Roekoe-pôle

De ondergang van de stoomboot “Tjerk Hiddes”

De familie van der Werf had een dagelijkse dienst Sneek –Gorredijk  sinds het jaar 1822. Vanaf 1932 werd het Gorredijk – Sneek. Dagelijks, ook op zondag, voeren we met de stoomboot “De Tjerk Hiddes” het traject Sneek, Terhorne, nes, Oldeboorn, Uilensprong, Terwispel en Gorredijk. De boot, die deze dienst onderhield, werd onderweg ook wel de “Lytse Boot” genoemd. In deze tijd had de familie van der Werf drie stoomboten in de vaart. In die tijd was de spoorlijn Leeuwarden – Staveren er nog niet. Er werden naast goederen ook veel passagiers vervoerd. Vanaf Sneek gingen de passagiers met de boot naar Akkrum, om daar op de trein te stappen naar het zuiden. Niet alleen naar Akkrum, maar ook naar andere plaatsen reisde men per boot. Wij hadden 1e ,2e en 3e klas aan boord. De bemanning bestond uit de kapitein. Dan was er de machinist, die tevens als hofmeester en dekknecht fungeerde. De kajuit werd lekker warm gestookt en er bromde, als het donker was, een petroleumlamp. Zo was het er wel lekker knus met het geklots van het water tegen de boot. Tegen de avond kwam men vanaf  Gorredijk . Ook nu moest de Sneekermeer overgestoken worden. Er voor blijven liggen was er nooit bij. De Sneekermeer kende de familie op haar duimpje en er werd met wind en golfslag rekening gehouden. Het ging ook altijd goed. Op zaterdag 7 maart 1918 liep het echter anders.

De stoomboot “Tjerk Hiddes”, 30 ton, had ook deze zaterdag Gorredijk aangedaan en was op de terugreis naar Sneek. Het woei krachtig en koud uit het oosten . Het zicht was erg slecht door veel slagregen. De lading bestond uit meel en pakken stro bovendeks. In Akkrum kwam als passagier Aafke Hakse aan boord, die de familie in Sneek wilde bezoeken. De oostenwind had er voor gezorgd dat de Sneekermeer snel bereikt werd. Maar de Sneekermeer over was andere koek. Storm, duisternis en een hoge bovenlast zorgden toch voor problemen.  Hoe meer de boot op lager wal kwam, des te meer ging de boot als een speelbal heen en weer. Toen de kapitein in deze fase een beoordelingsfout maakte, was het leed geschied. De kapitein ging in plaats van op stuurboord langs de Roekoe-pôlle aan bakboordzijde langs. Daarbij kwam op zeker ogenblik de kop van de boot aan de grond. Door de schok en de wind schoof de lading naar één kant en ongeluk was een feit. De “Tjerk Hiddes”helde over, waardoor ’t water naar binnen stroomde. Patrijspoortjes bezweken. Er was geen houden meer aan. Het is voor te stellen hoe de jonge passagiere in de kajuit moet zijn geschrokken, toen het water binnenstroomde.  Ze ijlde naar boven, waar ze met de andere opvarenden, Bouke van der Werf, R. Stellingwerf en machinist Klaas Kussendrager enigszins beschutting kregen achter de pakken stro. Maar het opgezweepte water spatte steeds hoger op en drong zich door alle kleren heen.
Zo brachten ze een lange nacht door, gehurkt achter de pakken stro. Tegen de morgen wierpen ze wat pakken stro naast de boot en op het land  en konden zo op het eiland komen. Ze konden zich in ieder geval bewegen, maar veel hielp dat niet. Tegen wind, kou en natte kleren is slecht tegen te “wapenen”.  Eindelijk begon het te dagen. Ze gingen de omgeving verkennen.  Ze bemerkten dat ze niet zo eenzaam waren dan dat ze vermoeden. Betrekkelijk dichtbij lag een schip. Het was schipper Engelsma van Terhorne , die met een lading klei-modder op weg naar Olderberkoop en nu “verwaaid” voor de Sneekermeer  lag te wachten op beter weer. Opeens riep het 12 jarig zoontje  Jan van de schipper: “Heit, der wurd roppen en der binne minsken op de pôlle”. Engelsma  deed onderzoek en begreep weldra dat er een ongeluk gebeurd moet zijn en dat er mensen in nood verkeerden, niet tegenstaande de nog steeds harde wind roeiden hij en z’n oudste zoon naar de roependen en snelden hun te hulp. Doornat en verstijfd van de kou, één hunner kon zonder hulp niet eens aan boord komen, werden ze opgevangen door de Engelsma’s. Voedsel kon de schippersvrouw hun niet geven, omdat ze door het lange oponthoud (vanwege het slechte weer), niets aan boord had. Maar met droge kleren en een warme kop chocolademelk kwam her viertal al aardig bij.  Er werd koers gezet naar Sneek, waar ze werden afgeleverd.  De “Tjek Hiddes” is later geborgen.  Ze is voor oud ijzer verkocht. De boot was finaal verscheurd door het uitzetten van de pakken stro. Het schip was niet verzekerd en betekende voor de rederij een grote strop.  Dezelfde dag lag toevallig bij Slump in Sneek de “Nijverheid 2” te koop. Dit werd de nieuwe “Tjerk Hiddes". Nu geen stoomboot meer, maar een motorboot. Dit spaarde toen wel een machinist uit, de dienst kon nu met twee man uitgevoerd worden.